zondag 14 juni 2009

Tabaksvelden Amersfoort-Hogeweg



De Middelburgse arts Casper Pelletier maakt in het jaar 1610 melding van het feit, dat de teelt van tabak voor het eerst werd waargenomen rond het handelsplaatsje Veere.

Amersfoort
Binnen enkele jaren bleek de zanderige ondergrond in de streek rond Amersfoort toch beter geschikt voor de tabaksteelt. Waren er in 1636 nog 50 tabakstelers rond Amersfoort gevestigd, in 1670 waren het er al 120 en tien jaar later zelfs 200. De teelt in de gebieden rond Nijkerk, Elst, Wageningen, Amerongen en Arnhem groeide bijzonder voortvarend. Ook in andere delen van de provincies Utrecht, Gelderland in Overijssel en zelfs tot in Gaasterland toe, werd tabak verbouwd.


Ondernemerschap en durf
Amersfoort was niet toevallig de eerste plaats waar tabaksteelt van enige omvang kon ontstaan.
De boeren beschikten over voldoende en vruchtbare grond, toonden de durf om iets nieuws te beginnen, hadden de grote steden Amsterdam en Utrecht als afzetgebied in de buurt, en zij konden ook (exclusief?) beschikken over kennis die toen nog (heel) zeldzaam was!


Amersfoort was het oudste centrum van de Nederlandse tabaksteelt. Vanaf 1615 werd hier tabak geteeld en verhandeld. De tabak ging naar Amsterdam, toen één van de belangrijkste tabaksmarkten ter wereld.


In de 17e en 18e eeuw was tabak de kurk waarop de Amersfoortse economie dreef. Het gebied tussen Amersfoort en Nijkerk was ooit goed voor 20-40% van de totale Nederlandse tabaksverbouw. Aan de Hogeweg zijn nog restanten van tabakschuren te zien.”


Vanuit Amersfoort verspreidde de teelt zich over de Utrechtse Heuvelrug en de Betuwe. De tabaksvelden lagen onder andere langs de Hogeweg. 's Zomers werden de bladen geoogst en te drogen gehangen in speciale, goed geventileerde tabaksschuren. Daarna werden de bladeren gefermenteerd: ze werden vochtig gemaakt en opgestapeld, waardoor er broei ontstond en het aroma zich ontwikkelde. De tabak was zeer geschikt als snuif- en pruimtabak en was van hoge kwaliteit. De tabak was echter niet bruikbaar voor sigaren. Toen die in de mode raakten aan het begin van de 19de eeuw en tabak werd geïmporteerd uit Indonesië, kromp de Nederlandse tabaksproductie. In en na de Tweede Wereldoorlog was er een korte opleving van de tabaksteelt, omdat er nauwelijks tabakimport mogelijk was.
Bron: http://www.amersfoortopdekaart.nl


Foto onder: gemaakt tijdens de 2e Wereldoorlog

Foto: De tabaksplanters zijn v.l.n.r. Hein de Bruijn, Bart van Deuveren; buurman/agrariër, Jo of Gijs de Bruijn; broer van Hein; Jo is de eigenaar van de plantage, Willem Woerdenbach; sigarenmaker; man van Martina de Bruijn, zus van Hein en Jo.
De jongens op de voorgrond: Tonnie de Bruijn, zoon van Jo en Bets en Jan de Bruijn, zoon van Hein en Mien (neven).
In het midden Tante Bets; vrouw van Jo.



Veel later......

foto: Gijsbertus Adrianus Johannes de Bruijn (Jo of Gijs)aan de Hogeweg te Amersfoort.


Wat een "plaatje", helaas is het tegenwoordig bij lange na niet meer wat het was.
Bron: Jan Cornelis de Bruijn (kleinzoon van Jo)




Foto: links het huis van Jo en Bets; Hogeweg 130 te Amersfoort en rechts Hogeweg nr. 132. Het gebouw lag direct naast de oprit voor de A28 naar Hoevelaken. Het werd gesloopt in juni 1986. Deze plek hoort nu bij Rustenburg.
Bron: Archief Eemland; augustus 1971

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen